Oude Wonden

In 2007, na meerdere periodes waarin het heel slecht met mij ging, werd uiteindelijk de diagnose ‘Borderline, high level’ gesteld. Borderline is een persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door sterke wisselingen in stemming, gedachten en gedrag. Borderline wordt veroorzaakt door een combinatie van erfelijke aanleg (gevoeligheid) en traumatische gebeurtenissen in je jeugd. Met high level wordt bedoeld dat je normaal gesproken redelijk goed tot goed kunt functioneren. Je kunt goed naar jezelf kijken en staat open voor verandering.

In mijn geval betekende het vooral dat ik veel last had van mezelf. Naar de buitenwereld toe functioneerde ik redelijk goed, maar mijn binnenwereld kreeg om de zoveel tijd een flinke knauw. Ik viel dan langdurig uit met zwaar depressieve klachten. Met de kennis van nu denk ik dat ik vooral veel en hoge eisen aan mezelf stelde. Ik wilde geen Borderline hebben, ik wilde “gewoon” zijn. Ik wilde kunnen wat iedereen kon. Ik wilde niet hypergevoelig zijn en ik wilde ook niemand tot last zijn. Ik ontwikkelde allerlei overlevingsstrategieën waardoor ik het ver schopte. Ik rondde een MBO en 2 HBO-studies af, vond een fulltime baan in het onderwijs, trouwde en werd moeder van een zoon. Van alles om trots op te zijn, maar van binnen voelde het vaak niet zo. Ik had regelmatig het gevoel tekort te komen en tekort te schieten. Ik was zelden tevreden over mezelf. Het kon en moest altijd beter.

Tijdens de laatste zwarte periode (2014-2016) volgde ik een intensieve therapie. Die wierp zijn vruchten af. Ik herstelde en het leven lachte me toe. Ik was inmiddels een toolbox rijker, dacht: het gaat me niet nog een keer gebeuren dat ik zo onderuit ga, ik weet nu wat ik moet doen om het te voorkomen.

In 2017, toen ik door een psychiater onderzocht werd, gaf hij aan dat ik, zoals ik toen was, niet meer in aanmerking zou komen voor het Borderline stempeltje. Dat was één van de mooiste opmerkingen die iemand ooit tegen mij gezegd had. Ik was ‘genezen’. Zie je wel dat het kon!

Maar het universum heeft kennelijk een apart gevoel voor humor, want niet zo heel lang daarna kreeg ik kanker en werd alles anders.

In de afgelopen vier jaar is regelmatig gesproken over mijn ‘mentale’ toestand. Meerdere keren werd gevraagd of ik niet eens met een psycholoog moest gaan praten. Het frappante is dat ik dat al die tijd al deed. Mijn eerste gesprek met een psycholoog was 2 dagen na de operatie. Mijn laatste gesprek was in mei van dit jaar.

Bij het multidisciplinaire traject van de Vermoeidheidkliniek hoort ook een psycholoog. Zij nam een kijkje in mijn dossier en besliste vrijwel meteen dat zij zich hier niet aan ging branden. Het leek haar beter dat ik me opnieuw bij de GGZ zou aanmelden voor intensieve therapie.

Dit opende een oude gevoelige wond.

Ik functioneer redelijk goed als de randvoorwaarden goed zijn. Dat betekent globaal: goed en gezond eten, goed slapen, veel tijd en ruimte voor mezelf, voldoende ruimte voor sociaal contact, voldoende ontspanning, niet teveel piekeren en stress zoveel mogelijk proberen te vermijden.

Zodra één item van het lijstje verstoord wordt, merk ik al dat het lastiger wordt. Ik word dan ‘wiebelig’. De balans is tegenwoordig heel snel verstoord. Dit is trouwens absoluut niet ongewoon voor mensen die chronisch ziek zijn. Je ziekte vraagt nu eenmaal veel energie dus de grens is ook veel sneller bereikt. Het lastige is dat ik, door mijn hypergevoeligheid, nog iets sneller uit balans ben. Het duurt ook langer voor de stress weer uit mijn systeem is.

Blijft de stress voortduren, krijg ik vervolgens last van stemmingsschommelingen, verlatingsangst, paniek, eetbuien, koopdrang, problemen met grenzen stellen, problemen om me aan grenzen te houden, tegenstrijdigheden in denken en handelen en ik krijg meer last van zwart/wit denken. Het wordt dus allemaal wat extremer. En dan komen we uit bij kenmerken van Borderline.

Het is voor mij dus heel erg belangrijk dat ik me zoveel mogelijk aan mijn leefregels hou. Maar hoe goed ik ook mijn best doe, soms zijn er nou eenmaal situaties die extra stress geven:

* Therapie volgen is nuttig maar kost veel extra energie. Energie die ik eigenlijk niet heb en die ergens anders vandaan gehaald moet worden

* Gezond koken is goed voor mijn lijf, maar vraagt ook veel energie. Niet alleen op lichamelijk maar zeker ook op cognitief vlak

* Een dagje weg geeft energie en vreugde, maar betekent ook meer pijnklachten

* Een keer een feestje of een concert bijwonen is supergezellig, maar geeft zoveel prikkels dat ik vervolgens geen oog meer dicht doe en ik heb geen reserves die dat op kunnen vangen.

* Een hoge luchtvochtigheid geeft meer pijnklachten

* Een puber in huis is heel gezellig, maar vraagt ook het één en ander aan incasseringsvermogen. Ik wil ook graag een goede ouder voor hem zijn

* Vakantie is superfijn, maar geeft ervoor en erna een piek in belasting. Die koffers moeten ingeruimd en de kleren moeten toch ook echt gewassen worden.

Ik kan nog wel even zo doorgaan. Het lastige is dat ik tegenwoordig het overzicht snel kwijt dreig te raken. Helaas: chemo en bestralingen, maar ook longcovid, zijn een aanslag geweest. Waar ik vroeger goed kon functioneren tussen de depressies door, staat mijn lichaam nu eigenlijk continu onder stress. Ik kan veel minder hebben en de grens is veel sneller bereikt.

En de grote vraag is dus of ik dit kan veranderend door het volgen van een zware (gedeeltelijke groeps-)therapie. Ik denk, eerlijk gezegd, niet.

Ik weet immers al heel goed wat er aan de hand is en waardoor ik de dingen doe zoals ik ze doe. Ik weet wat goed voor me is en wat ik beter kan laten. Maar ik heb niet alles in de hand en ik moet leren dealen met dat wat er is.

Daarnaast kost therapie veel extra energie. Ik moet er naartoe, ik moet socializen, ik krijg huiswerk mee, het vraagt cognitief en emotioneel veel van mij. Het zijn heel veel extra moetjes. En ik heb al zo weinig energie. Levert het ook op wat ik erin steek? Want hoe dan ook: de situatie zoals hij is, zal waarschijnlijk niet veranderen. Ook niet als ik heel hard mijn best doe en heel hard wil.

Een lotgenootje schreef vanmorgen dat ik zo bezig blijf met ‘beter’ willen worden. Niet in de zin van dat ik weer gezond wil worden, dat station is, denk ik, al wel gepasseerd, maar ik blijf zo op zoek om mezelf te verbeteren. Steeds weer opnieuw. Terwijl de uitkomst toch steeds hetzelfde blijft.

Prijskaartje

Zaterdag zijn we een dagje naar Vlissingen geweest. Je kunt mij niet gelukkiger maken dan mij mee te nemen naar de zee. Het was al weer een tijdje geleden en omdat de temperatuur nog steeds comfortabel is, was het extra genieten. Mijn Atto (inklapbare scootmobiel) ging mee. Sinds ik ziek ben zijn we wel vaker naar Vlissingen geweest maar de laatste jaren kwamen we niet veel verder dan het kleine stukje dat ik kan wandelen (ca 150 meter). Nu, met de Atto, was het wel mogelijk om heerlijk langs de boulevard te struinen. Ik keek mijn ogen uit (stond die paal daar vroeger ook?) en genoot met volle teugen. Ik weet dat een dagje weg met de Atto een prijskaartje heeft. Al tijdens het rijden begon de pijn in mijn benen, bekken en heupen op te spelen. Ondanks dat ik zo geniet is het lange zitten in een rechte houding op een klein stoeltje niet goed voor mijn lijf. Maar goed, dat is een keuze die ik maak. Ik weet dat ik de dagen erna meer pijn heb en vermoeider ben. Maar ik heb wél de zee gezien en over de boulevard gestruind. Daar kan ik weer even op teren.

Iets waar ik me eerder niet zo bewust van was, en waar mijn ergotherapeut mij op wees, was dat activiteiten niet alleen lichamelijk energie kosten, maar ook mentaal en emotioneel. Zo’n dagje weg zorgt voor veel prikkels. Leuke prikkels, dat wel. Maar prikkels zijn prikkels. Als de pijn me die nacht al niet uit mijn slaap zou houden, dan kan het zomaar zijn dat mijn volle hoofd dat wel doet. In het meest ongunstige geval zijn ze beide actief. Dan heb ik én een vol hoofd én een lichaam dat niet stil kan blijven liggen door de pijn. Slapen is dan kansloos.

Omdat ik weet dat na een dagje weg vrijwel altijd een slechte nacht volgt, kan ik me hier tegenwoordig redelijk op instellen. Ik ga eruit als de pijn te erg wordt, drink beneden een kopje thee en speel een slaapverwekkend spelletje op mijn telefoon. Met een beetje mazzel lukt het daarna wel om wat te slapen. De dagen na een activiteit heb ik vaak al leeg gepland. Op die manier krijgt mijn lichaam de rust en de ruimte om bij te tanken. Dat bijtanken duurt vaak meerdere dagen. Het staat absoluut niet in verhouding tot de duur van de activiteit. Maar goed, het is niet anders, dus ik probeer dit voor lief te nemen.

De derde opponent, het emotionele prijskaartje, vind ik lastiger om mee om te gaan. Bij mij betekent dit eigenlijk altijd dat ik me down en verdrietig voel. Meestal niet meteen, want ik kan even teren op het intense geluksgevoel, maar als dat afzwakt en ik door lichamelijke en mentale vermoeidheid ook wat minder kan hebben, steekt ie gegarandeerd zijn (het is altijd een man) kop op. Natuurlijk zijn hier trucjes voor: afleiden, iets leuks gaan doen, niet in je hoofd gaan zitten, maar dit zijn dan vaak net de activiteiten die ik op dat moment niet kan doen, juist doordat ik die lichamelijk en mentale energie niet heb. En dat maakt het lastig. Ik zou me hier overheen kunnen zetten, toch over die grens kunnen gaan, maar ik weet inmiddels dat het herstel dan alleen maar langer duurt en dat ik in het ergste geval een flinke terugval krijg, dus ik weet inmiddels beter.

Afgelopen maandag las ik een stukje wat me erg aansprak. Er werd gesteld dat je jezelf beter niet de ‘waaromvraag’ stelt, maar de ‘watvraag’. Mijn analytische brein houdt ervan om van alles uit te pluizen. Die houdt enorm van de waaromvraag. Nu is daar niks mis mee, maar je hebt er niets aan als je mentaal oververmoeid bent en jezelf af blijft vragen waarom je je zo rot voelt. Het gevaar bestaat dan dat je in kringetjes gaat denken en daar kom je niet uit. Het geeft eigenlijk alleen maar meer frustratie. Beter is om jezelf te vragen: Wat? Bijvoorbeeld: Wat heb ik nu nodig?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar, op dit moment, nog geen antwoord op heb.

Niet alles is MIJN probleem

Vrijdag:

10.00 uur: De deurbel gaat. De bezorger van Post NL. Pakketje voor de buren. Dit gebeurt wel eens. De buren werken allebei en zijn er dus vaak niet. Ik ben de hele dag thuis, dus ik vond het altijd niet meer dan logisch dat ik hun pakketjes aannam. Ik was immers meestal wel de hele dag thuis. Tot.. de buren gewoon thuis aan het werken waren en geen zin hadden om van zolder helemaal naar beneden te lopen. Ik, de sukkel die dat dus wel deed, was vaak net weer boven, als de bel opnieuw ging: de buren die hun pakketje op kwamen halen. Dat is dus twee keer extra trap lopen terwijl traplopen nu niet bepaald iets is wat ik makkelijk doe.

12.30 uur. De deurbel gaat opnieuw. De bezorger van DHL met pakketjes voor nummer 63, nummer 69 en of ik dan 77 ook aan wil nemen. Zij zijn niet thuis. Ik wel, dus logisch dat ik al die pakketjes aanneem. Mijn gang ligt inmiddels vol. Het is een beetje uitkijken als ik naar het toilet wil. Moet natuurlijk niet struikelen en vervolgens weer wat breken.

Vervolgens gaat om de haverklap de deurbel: de buren die hun pakketjes op komen halen. Vaak is dit op een moment dat zij thuis komen van hun werk en ik, moe van de dag, aan het rusten ben. Als ik op de bank lig te slapen en ik word ineens gewekt door de bel (of door een harde klop op het raam), dan is dat vaak heftig. Mijn hartslag schiet meteen de hoogte in en het kan wel een uur duren voor het weer een beetje gekalmeerd is. Niet handig, zo’n ontregeld zenuwstelsel. Met een beetje pech staan ook UPS en die ene met dat wit blauwe logo (kan even niet op de naam komen) die middag ook nog een keer op de stoep. Heel soms met een pakje voor mij, maar meestal met pakketjes voor de buren.

Op zich vond ik dit nooit echt een probleem (ik ben toch thuis) maar sinds een paar weken hanteren de pakketbezorgers een nieuwe tactiek. Ze bellen alvast bij me aan voordat ze checken of de buren uberhaupt thuis zijn. De buren hebben net een baby’tje en dat gaat allemaal niet zo snel. Maar voordat ik naar de deur gesukkeld ben (ik ben ook niet zo snel) hebben zij al open gedaan en zo loop ik dus regelmatig voor jan met de korte achternaam naar de deur. En dan niet één keer, maar meerdere keren op een dag. Laatst had ik online therapie, je kunt je wel voorstellen dat dit niet altijd de fijnste momenten zijn. Daar komen soms best emoties bij kijken en aangezien ik makkelijk huil.. Het lastige is dat ze bij mij zo naar binnen kunnen kijken en dus ook zien dat ik thuis ben.

Nu ik niet zo lekker in mijn vel zit en zij hun tactiek veranderd hebben, wordt het ineens wél een probleem.

Vandaag heb ik tegen de pakketbezorger van post.nl, die weer eens belde terwijl de buren gewoon thuis waren, gezegd dat ik er een beetje klaar mee ben. Dat was nog niet makkelijk, met een warhoofd en dan in het Engels uit moeten leggen dat het genoeg is zonder daarbij ook nog emotioneel te worden.

Zijn probleem was dat het postagentschap waar ze normaal hun pakketjes naar toe brengen al een tijdje gesloten is en dat hij daardoor een flink stuk om moet rijden. Dus hij geeft het liever in de straat af en ja, in onze straat werkt iedereen en ik ben vaak wel thuis. Ik heb hem geprobeerd uit te leggen dat ik niet voor niks thuis ben, dat dit een reden heeft, dat ik chronisch ziek ben en dat het voor mij een belasting aan het worden is, zeker omdat hij niet de enige is die aanbelt. Ik geloof niet dat hij het echt begreep. Maar hij beloofde beterschap.

En terwijl ik de deur dicht deed, mijn eerste gedachte was: Trut, waarom doe je ook altijd zo moeilijk, kon ik daarna gelukkig wel denken: Ja hallo, niet alles is MIJN probleem!

Ik denk dat ik toch een briefje op moet gaan hangen dat ik geen pakketjes meer aanneem. Hoe moeilijk ik dat ook vind. Het is prima er te willen zijn voor anderen, maar niet op deze manier.

Vastdenken

Ik kan soms ontzettend veel last hebben van piekeren en mezelf vastdenken.

Vanmiddag is zo’n moment.

Zoals ik al eerder schreef, ben ik sinds juni bezig met koolhydraat beperkt eten. Dit heeft al wel wat opgeleverd: 14 kilo minder, een lagere bloedsuikerwaarde, rust in mijn eetpatroon, nauwelijks meer eetbuien en een verhoogd ‘goed’ cholesterolgehalte.

Maar het heeft ook nadelen: mijn slechte cholesterol is mee omhoog en ik kan me niet meer troosten met eten. Dat laatste is trouwens geen probleem als ik goed in mijn vel zit. Als ik goed in mijn vel zit, lig ik ook niet wakker van het te hoge cholesterolgehalte. Dan laat ik me leiden door de opmerking van de assistente van de huisarts dat ik het al zo ontzettend goed doe en dat dit vast ook wel goed komt.

Maar vandaag zit ik kennelijk niet zo goed in mijn vel want ik maak me vandaag wel druk. Met de diëtiste van de Vermoeidheidkliniek heb ik afgesproken dat ik een paar dagen de eetmeter invul. Zij gaat met mij mee kijken om te zien of het mogelijk is om wat minder goede keuzes (vetrijke verzadigende producten) om te zetten naar betere keuzes. Die minder goede keuzes zijn trouwens prima keuzes als je koolhydraatarm eet. Fors minder koolhydraten, maar lekker veel verzadigd vet is het motto. Verzadigd vet (de naam zegt het al) zorgt er immers voor dat je goed verzadigd raakt tijdens de maaltijden. Inmiddels kan ik toe met 3 maaltijden en een toetje. Ik heb geen snaaibuien meer en voel me eigenlijk hartstikke goed (voor zover dat in mijn geval kan) met dit eetpatroon. Maar op deze manier eten is kennelijk niet zo goed voor mijn cholesterol, en dat is gevaarlijk want daar kun je een hartaanval of beroerte door krijgen. Maar eigenlijk is dat ook weer niet helemaal zeker want nieuwe onderzoeken wijzen juist uit dat de helft van de mensen die een hartaanval of beroerte krijgt, helemaal geen verhoogd cholesterol heeft. En er is destijds gerommeld met de onderzoeksresultaten. En de voedingsmiddelenindustrie zit er natuurlijk ook weer achter. Dat lees ik allemaal op internet, de bron die je raadpleegt als je nog meer vragen wilt hebben. Ik heb geprobeerd vanmiddag de waarheid te achterhalen. Het verbaast je waarschijnlijk niet dat dit niet gelukt is. Het enige dat het opgeleverd heeft, is dat ik weet dat er inmiddels twee kampen zijn en dat zij elkaar om het hardst bestrijden.

Tjee, waar maak je je zo druk om, zul je je waarschijnlijk afvragen.

Dat dacht ik een half uur geleden ook, toen ik in tranen voor mijn boven werkende man stond.

Na een paar keer diep ademhalen wist ik gelukkig weer dat het niet om de inhoud van mijn gedachten gaat, maar om het gegeven dát ik die gedachten  heb én ze niet los kan laten. Meestal is dat een gevolg van (over)vermoeidheid, stress, pijn, overprikkeling en/ of teveel van mezelf vragen.

Afgelopen zondag ben ik naar het concert van Ayreon geweest. Hoewel ik bij voorkeur drukke plaatsen en grote activiteiten mijd, wilde ik toch wel heel graag eens een show van hem meemaken. Ik was één van de gelukkigen die, binnen de 15 minuten dat de 3 concerten uitverkocht raakten, 2 kaartjes kon bemachtigen. En ik moet zeggen dat ik het ook echt niet had willen missen. Wat een show en wat een gitaargeweld. En wat was het gaaf! Dat ik bijna 4 uur lang op een best wel oncomfortabele kruk zat, dat nam ik voor lief. Dat ik waarschijnlijk een terugval zou krijgen voor wat betreft pijn en vermoeidheid, prima! Daar kon ik ook mee leven.

Maandag voelde ik inderdaad al mijn spieren protesteren, dinsdag en woensdag kwam daar nog een tandje bij, maar ach, ik had mijn agenda al uit voorzorg leeg geveegd, ik had verder geen verplichtingen dus ik hopte wat op en neer tussen bank en toch af en toe even een stukje lopen om te zorgen dat ik wel in beweging bleef. Op de blaren zitten, heet zoiets. En het was het waard geweest, dus niet klagen, maar dragen.

Een ander gevolg van vermoeidheid is dat mijn hoofd raar gaat doen. Ik krijg moeite met simpele opdrachten, instructies of recepten lezen en twee gerechten tegelijk koken lukt niet goed meer. Ik word kribbig, reageer te fel. In plaats van op de rem te gaan staan, druk ik het gaspedaal verder in. Natuurlijk is juist nu een goed moment om de eetmeter in te vullen, en in plaats van de drie dagen waar om gevraagd wordt, vul ik er vijf in, dan heeft ze meteen een goed beeld. En weet je wat, misschien kan ik zelf ook al wel op zoek gaan naar alternatieven voor al dat verzadigde vet. En die kunstmatige zoetstoffen die ik nu gebruik zijn natuurlijk ook helemaal niet goed. Ik zou ook gewoon zonder moeten kunnen. En ik drink ook veel te weinig. En ik zit te veel. En dat is ook niet goed. Zitten is zelfs het nieuwe roken. En.. En…

Voordat ik het in de gaten heb, zit mijn hoofd verstrikt in een gigantisch web. Ik zoek me suf op internet naar bewijzen, alternatieven, weetjes en tips. Dat al dat surfen helemaal niet goed voor me is en dat ik dit juist moest beperken als ik moe ben, dát ben ik allang vergeten.

Tot het moment dat ik boven in tranen uitbarst. Met de tranen breekt de spanning in mijn hoofd en kom ik weer terug in mijn lijf. Het gaat er helemaal niet om dat ik altijd doe wat het beste voor mij is en dat ik allerlei ellende probeer te voorkomen (wat volgens mij niet eens kan). Wat ik aan het doen ben, is puur een gevolg van intense vermoeidheid. Die vermoeidheid maakt dat ik niet goed meer kan relativeren, dat ik van een mug een olifant maak, dat ik problemen zoek die er niet zijn. In plaats van mijn hoofd te breken over allerlei zaken waar ik toch niet uit kom, kan ik beter op de bank gaan liggen en muziek luisteren of een serietje kijken. Of wat voor me uitstaren. Helaas regent het waardoor ik niet even een rondje met de scoot kan maken, maar er zijn zat andere dingen te bedenken. Bedenk ik nu. Want op het moment dat ik zo verstrikt ben in mijn eigen web dan zie ik al die mogelijkheden niet. Dan ben ik net een TGV die alle stationnetjes voorbij raast op weg naar.. Ja, naar wat eigenlijk?

Ik vind dit één van de moeilijkste dingen die er zijn. Mijn hoofd rustig houden als mijn lijf oververmoeid is.

Nooit meer wandelen

Kenmerkend voor ME/CVS is dat je achteruit kunt gaan door het leveren van inspanning. Dit wordt ook wel Post Exertionele Malaise (PEM) genoemd, of in het Nederlands inspanningsintolerantie.  PEM houdt in dat een mentale, cognitieve of lichamelijke inspanning zorgt voor verergering van de klachten. Ongeveer de helft van de mensen met het Post Covid Syndroom heeft hier last van. Mensen die niet herstellen, maar juist zieker worden als ze proberen op te bouwen.

Als je kanker krijgt, wordt er meteen gewezen op het belang van bewegen. Wie fit de behandeling ingaat, zal deze beter kunnen doorstaan. Ook tijdens en na de behandelingen is het belangrijk om veel te blijven bewegen. Dit is één van de pijlers.

Toen ik kanker kreeg, was ik behoorlijk fit. Ik had net de wandelvierdaagse van Alkmaar achter de rug en ik was gewend om heel veel te wandelen en regelmatig te fietsen. Zodra ik na de operatie weer wat opgeknapt was, ging ik dan ook naar oncofit. Tijdens de behandelingen bleef ik, mits mijn lichaam dat toeliet, sporten. En vrij snel na de behandelingen liep ik weer mijn eerste 5 kilometer.

Nadat ik voor de eerste keer corona kreeg, werd het wandelen ineens een probleem. De 5 kilometer die ik voorheen kon lopen, haalde ik niet meer. Het werden er 3, daarna 2. De pijn in mijn benen kwam steeds eerder. In eerste instantie probeerde ik door de pijn heen te lopen. Maar de pijn kwam steeds vaker en sneller. Op een gegeven moment hoefde ik niet eens meer te lopen. Ook als ik zat, lig of stond schoten de stroomstootjes door mijn lijf.

Tijdens de controle besprak ik mijn probleem met mijn gynaecoloog. Het leek haar een goed plan om een revalidatietraject te gaan volgen. Zo gezegd, zo gedaan. Volgens de revalidatiearts zou het echt wel weer mogelijk moeten zijn om 5 of misschien wel 10 kilometer te kunnen lopen. Ik liet me graag geruststellen.

Tijdens het revalidatietraject bleek dit toch wat ingewikkelder. Ik ging achteruit in plaats van vooruit. Tijdens deze periode speelde er veel: ik was inmiddels bijna 2 jaar ziek, ik moest een spoor 2 traject volgen wat heel veel stress gaf en achteraf gezien zat ik ook al volop in een rouwproces. Dit zorgde voor veel emoties. Het oordeel van de revalidatiearts was dan ook dat mijn lichamelijk herstel geblokkeerd werd door mentale klachten. Als ik daaraan ging werken (ik liep inmiddels al anderhalf jaar bij een psycholoog), zou het snel beter gaan. Ze adviseerde me om over een jaar nog een keer het sporttraject te doorlopen.

De verzekeringsarts (UWV) keurde me 80 tot 100% af. Ik zou me vast snel beter gaan voelen nu de stress voorbij was. De rust zorgde er voor dat ik linea recta het verwerkingsproces indook. Eindelijk kwam er ruimte om te rouwen om wat ik allemaal had meegemaakt en was kwijtgeraakt. Ik was hier zelf natuurlijk helemaal niet blij mee. De bedoeling was dat ik me beter zou gaan voelen, niet dat ik me steeds depressiever ging voelen. Wist ik veel dat dit er bij hoorde.

In de tijd die daarop volgde ben ik meerdere keren gestart met wandelopbouw. Eerst op eigen houtje, later ook met behulp van mijn fysiotherapeuten. Wat er vooral gebeurde was dat ik opnieuw een toename aan pijnklachten kreeg. Ik wist niet goed wat ik ermee aan moest. Door de pijn heenlopen? Maar de pijn werd steeds erger en kwam steeds eerder. Hoe dan? Ook was ik bang dat ik iets zou beschadigen. Toen ik, na mijn val uit de bus, gedwongen werd om rust te nemen, nam de pijn weer af. Rond deze periode werd er ook steeds meer bekend over PEM bij longcovid. Zou ik dat dan hebben? Maar was dat niet heel gemakkelijk gedacht? Gebruikte ik het niet gewoon als excuus?

Tijdens de kankercontroles werd steeds gewezen op het belang van bewegen. Ook mijn huisarts bleef dit zeggen. Ook toen ik aangaf dit niet te kunnen. Volgens hem was vooral mijn overgewicht het probleem. Mijn angst om het erger te maken, werd steeds naar het rijk der fabelen gewezen. Dat kon niet. Bewegen is immers altijd goed.

We zijn inmiddels 4 jaar verder. Ik kan kleine stukjes wandelen. Op goede dagen misschien 200 meter. Op slechte dagen kan 50 meter al teveel zijn. Ik heb inmiddels ontdekt dat, als ik tussendoor rust, ik daarna nog een keer ongeveer dezelfde afstand kan lopen. Ik loop meestal met een stok, soms met een rollator. In huis kan ik redelijk goed uit de voeten zonder hulpmiddelen. We hebben gelukkig geen groot huis. Traplopen is wel een dingetje. Dat kan ik wel, maar niet heel vaak.

Vorige week maandag had ik mijn eerste gesprekken met de ergotherapeut en de oefentherapeut van de Vermoeidheidkliniek. Met de oefentherapeut besprak ik mijn wandelverhaal.

Hij legde uit dat bij ME/CVS mensen vaak achteruit gaan na lichamelijke inspanning. Uiteindelijk komen ze op een soort van plateau terecht. Het blijft dan redelijk stabiel. Ga je vervolgens opnieuw over je grens, bestaat de kans dat je verder achteruit gaat tot je weer op een soort van plateau komt. Het is dus belangrijk dat je onder die grens blijft, wil je niet steeds verder terugvallen. Wat er bij mij gebeurt, is dat mijn spieren te weinig zuurstof opnemen. Op het moment dat ik pijn krijg, is de zuurstof afgesloten. Door te rusten kan de zuurstof aangevuld worden, waardoor ik opnieuw een vergelijkbaar stukje kan lopen. Maar dit vraagt veel energie van mijn lichaam. Volgens hem bevind ik me nu op een plateau. Belangrijk is om ervoor te zorgen dat ik niet opnieuw naar een lager plateau ga. Of ik ooit weer op kan bouwen is maar de vraag. Wellicht kan dit in de toekomst, als ik mijn klachten goed onder controle heb. Met de juiste begeleiding is dit dan wellicht mogelijk, maar we hebben het dan over meters, geen kilometers.

Ik moest het even verwerken. Dat wat ik voelde, waar ik al die tijd al bang voor was geweest, was dus de werkelijkheid. Al die keren dat ik me afvroeg of het wel goed was om door te gaan, of ik wel door de pijn heen moest, of ik er wel goed aan deed om te vertrouwen op al die mensen die me beloofden dat het me wel zou lukken als ik maar volhield, had ik het dus bij het juiste eind gehad. Maar niemand die dit tegen mij zei. Tot nu. De oefentherapeut bevestigde wat ik eigenlijk al wist. Ik zal zeer waarschijnlijk nooit meer een wandeltocht wandelen.

Ik heb morgen controle bij de gynaecoloog. Als ze nu weer begint over het belang van sporten…

4 jaar

Vandaag 4 jaar geleden startten de kankerbehandelingen met een zware buikoperatie. Hoeveel mijn leven daarna zou veranderen, daar had ik toen nog geen weet van. En wellicht is dat maar goed ook. Het was toen vooral de vraag wat ze aan zouden treffen en hoe erg het zou zijn. Het goede nieuws was dat ze alles wat kwaadaardig was eruit konden halen, het slechte nieuws was dat ik chemotherapie en bestralingen moest ondergaan om de kans dat het terug zou komen te verkleinen. Behandelingen die (achteraf) enorme gevolgen zouden hebben voor mijn lichaam. Maar ook met de kennis van nu had ik waarschijnlijk geen andere keuze gemaakt. Je doet immers alles om de kans dat het terugkomt zo klein mogelijk te maken. En gelukkig HAD ik die keuze. Die heeft niet iedereen. Dus verdrietig om alles wat ik achter moest laten én dankbaar voor het leven dat ik nog steeds mag leven #4jaar #baarmoederkanker

Twaalf en een halve kilo

Het is alweer 3 maanden geleden dat ik bij de huisarts zat en dat we mijn te hoge bloedsuikerwaardes bespraken. De opmerking van mijn huisarts dat mijn overgewicht wel eens mijn grootste probleem zou kunnen zijn, vond ik een heel boute uitspraak. Ook een niet kloppende uitspraak. Hoewel ik natuurlijk niet kan ontkennen dat fors overgewicht gewoon niet goed is en wellicht wel bijdraagt aan het één en ander, is het erg kort door te bocht om te stellen dat ik zonder dit overgewicht zonder pijn en vermoeidheid door het leven zou kunnen gaan.

Zijn voorstel, een maagverkleining, daar heb ik over nagedacht. Ik heb podcasts beluisterd, artikelen gelezen en advies gevraagd bij de internist waar ik onder behandeling ben. De uitkomst was duidelijk: niet doen! Volgens de internist zit mijn buik vol littekens (wat volgens hem wél een belangrijke reden kan zijn voor de problemen met bewegen), als je daar opnieuw in gaat snijden, wat zijn dan de gevolgen? Maagverkleiningen geven vaak complicaties, ik heb een lichaam wat niet fit is en het is ook geen garantie voor een beter leven. De kans dat ik mezelf alleen maar zieker maak en dat mijn kwaliteit van leven achteruit gaat, is niet ondenkbaar

Die optie is dus verworpen maar het gesprek daagde me wel uit om verder te kijken. Wellicht was het de moeite waard om toch eens te proberen of het zou lukken mijn glucose te verlagen en gewicht te verliezen door een koolhydraatbeperkte levensstijl. Natuurlijk had ik ook in mijn achterhoofd: wat als hij wél gelijk heeft?

Inmiddels ben ik twaalf en een halve kilo afgevallen. Iets meer dan 10% gewichtsverlies. Volgens de mensen die er verstand van hebben, zou dat al een grote verbetering moeten geven.

Wat merk ik daarvan?

Nou, helaas niet zo heel erg veel. Ik zie in de spiegel dat mijn gezicht wat smaller is, dat is fijn. Qua kleding draag ik nog steeds hetzelfde. De jurkjes een maatje kleiner hangen in de kast. Ik voel me daar nog niet comfortabel in. Van de week zei mama dat ze kon zien dat ik afgevallen was. Dat was de eerste (en voorlopig ook nog de enige) reactie, maar ik verwacht dat er gaandeweg de tijd wel meer gaan komen. Meer energie? Nee, helaas niet. Ik had even het idee, tijdens de zomervakantie, dat ik wat meer energie had, maar zodra het weer omsloeg naar een wat vochtiger, kouder weertype was dit ook meteen weer weg. In de vakantie heb ik wat vaker gewandeld. Eigenlijk vooral omdat ik niet in de rolstoel wilde zitten. Dat resulteerde in meer pijnklachten, slechter slapen en een toename aan elektrische stroompjes in mijn benen. Toen ik na de vakantie wat meer rust nam, trok dit gelukkig weer weg. Traplopen blijft een dingetje, Twee wasjes draaien op zolder gaat goed. Na een derde keer de twee trappen op, moet ik mezelf letterlijk naar boven hijsen en zijn de elektrische stootjes weer terug in mijn benen en onderrug. Het is vrijwel onmogelijk om goed te slapen met onrustige benen. Ook niet met behulp van pijnstillers. Gisteravond ging ik met manlief een ijsje eten in de stad. Ik, heel overmoedig, zonder scootmobiel of rollator, maar dat viel helaas behoorlijk tegen. Er is zeker geen sprake van meer of langer kunnen wandelen. Misschien dat volgende week, als het weer wat warmer wordt, het even wat beter gaat?

Al met al valt het toch allemaal best wel tegen, alhoewel ik zelf al wist dat overgewicht niet het grootste probleem was, Maar ik had me graag laten verrassen.

Heeft het dan geen zin om verder af te vallen? Natuurlijk wel. Mijn bloedsuikerwaarden zijn verbeterd en het is gezonder voor mijn lijf om koolhydraatbeperkt te eten. Dat blijft sowieso staan. Op deze manier kan ik wellicht wel voorkomen dat er straks steeds meer complicaties bij komen. Maar of ik ooit van mijn huidige ‘problemen’ af kom. Ik heb er een heel hard hoofd in.

Maar goed, komende maandag ga ik starten met het traject bij de vermoeidheidskliniek. Ik denk dat ik al heel veel goed doe, maar er valt wellicht nog wel het één en ander te verbeteren. Wat ik wel geleerd heb, na mijn vorige blog, is dat ik niet alleen ben (ook al voelt het soms wel zo) en dat er mensen om me heen zijn die ik om steun mag vragen. Ook als ik me niet happy voel.

Dan nog een dingetje wat niets met mijn gewicht te maken heeft maar wel best een teleurstelling is: Ik mag mijn opbouwbare scoot niet meenemen met de WMO-deeltaxi. De gemeente heeft bepaalt dat dat in onze gemeente niet toegestaan is. Ik mag wel mijn rollator meenemen, maar dan is het met 200 meter wandelen wel bekeken. En in mijn eentje mijn eigen rolstoel duwen is geen optie. Dus helaas.

Dat betekent dat ik het stukje vrijheid wat ik gehoopt had terug te krijgen, toch weer in moet leveren. Ik kan op stap, maar moet dan wel door iemand gebracht en gehaald worden. Dankjewel gemeente Roosendaal.

Schrijven dan maar?

Het ‘onbestendige’ gevoel is er weer. Na een afwezigheid van, pak ‘m beet, een week of 6. Wanneer de vakantie weer voorbij is, alles teruggeveerd naar normaal. Iedereen zijn plaatsje weer ingenomen heeft: Manlief op kantoor, zoonlief terug op school. Het leven weer zijn normale gangetje gaat, lukt het mij niet goed mijn draai te vinden. Ik worstel met mezelf. Ik kan mijn plekje niet vinden. Heb ik uberhaupt een plekje? Het haakwerkje dat nu op de bank ligt, kan me niet echt boeien. Onlangs heb ik een aankleedpopje gemaakt. Ze heet Carolientje, een grappig popje met lila haar. Ik vond het oorspronkelijke muisbruine haar te saai. Dus nu heeft ze lila haar, en lijkt onbedoeld een beetje op mij. Bij Carolientje hoort Kareltje, maar Kareltje doet me weinig. Ook zijn Formule 1 pak, waarvan ik het patroontje heb gekocht, laat me koud. Maar de motivatie om iets anders te pakken om te haken, die mis ik. Ik zit teveel in mijn hoofd om geconcentreerd bezig te kunnen zijn.

Wat me in mijn hoofd bezig houdt zijn best grote dingen. Dit jaar had ik voor het eerst sinds ik afgekeurd ben, dat ik er naar verlangde om weer naar school te kunnen gaan. Zo erg dat ik er zelfs over droomde. Maar tussen dromen en realiteit zit een heel groot gat. Die weg is afgesloten en dat is niet voor niks. Ik kan mijn hoofd soms breken over de vraag of ik toch niet iets zou moeten doen. Op goede dagen zie ik mezelf in allerlei functies, maar op de mindere dagen (die ik nu de zomer op zijn einde loopt helaas toch weer ga krijgen), kost het vaak al genoeg moeite om goed voor mezelf te kunnen zorgen. Heb ik daar een dagtaak aan.

Gisteren was het vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg. Dat deed me ook wel wat. Al vier jaar geleden dat mijn leven verdeeld werd in een leven vóór kanker en een leven ná kanker, Vier jaar geleden dat de grond onder mijn voeten verdween. Inmiddels is die grond wel weer een soort van terug, maar ik heb niet het gevoel dat ik er stevig op sta.

Even twijfelde ik om er over te schrijven. Maar wat dan en hoe dan? En wat wilde ik daar dan mee? Die, toch wel belangrijke dag, is dus ongemerkt voorbij gegaan. Behalve voor mij. Had ik misschien iemand moeten appen? Had ik er wel over moeten praten? Maar hoe begin je zo’n gesprek dan? ‘Hoi, het is vandaag vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg en ik voel me daarom niet zo fijn. Wil je er met mij over praten?’ Maar naar wie stuur je dan zo’n bericht? Daar zit toch ook niemand op te wachten? Het is immers AL vier jaar geleden, hoor ik ze denken. Binnenkort mag ik weer op de, inmiddels halfjaarlijkse controle. En ja, ook dat houdt me bezig. Want het is nu vier jaar geleden, de kans dat het terugkomt wordt steeds kleiner. En ondanks dat ik denk dat deze controle precies zo gaat verlopen als de vorige keren, het houdt me toch wel bezig. Want er bestaat altijd een kans dat het ineens anders is. Garantie tot de deur.

Praten over wat ik moeilijk vind, wat heb ik daar soms behoefte aan. En wat blijf ik het toch moeilijk vinden om zelf die ingang te zoeken.

Zolang het goed gaat, ik leuke dingen te melden heb, lukt het allemaal wel. Er zijn genoeg mensen die met me mee willen juichen. Maar als het wat minder gaat, ik mijn hoofd breek over al die lastige gevoelens die ik eigenlijk liever niet wil voelen, ze niet goed meer weg kan drukken, maar toch met mijn hoofd probeer te rationaliseren, dan weet ik niet zo goed waar ik naartoe moet. Of ik er wel over moet praten. Of schrijven.

Als ik erover probeer te praten, is de kans vrij groot dat mensen het weg willen wuiven. Met de allerbeste bedoelingen. Maar voor mij voelt dat dan al snel als afwijzing. Alsof ik me niet zo mág voelen. Alsof ik iets verkeerd doe. En die angst voor afwijzing is voor mij best een dingetje. Iets wat zoveel pijn bloot legt, dat ik dat ook liever uit de weg ga.

Schrijven dan maar?

Vrijheid en geluk in kofferformaat

Vorige week werd ik telefonisch geïnterviewd voor het kwartaalblad van Olijf. Olijf is de patiëntenvereniging voor mensen die te maken hebben (gehad) met gynaecologische kanker. In het blad staat de rubriek ‘In beeld’. In die rubriek vertelt een lotgenoot over een hobby die haar door de moeilijke tijd van of na kanker heen heeft geholpen. In een opwelling besloot ik me aan te melden.

Een leuk interview over haken volgde. Maar het was eigenlijk de laatste vraag die me aan het denken zette: ‘Heeft het haken het gat opgevuld waarin je bent gevallen nadat je niet meer kon wandelen?’ Dat was een goede vraag.

Ik moest hem helaas beantwoorden met ‘nee’. Haken heeft voor mij een toegevoegde waarde in de zin dat ik bezig ben, dat ik iets leuks kan maken voor mezelf en anderen, het geeft ontspanning en iets om de dag door te komen, maar het is geen vervanging voor de vrijheid en het geluksgevoel dat ik op moest geven door het niet meer kunnen wandelen.

Sinds de komst van mijn scootmobiel afgelopen december, ervaar ik meer vrijheid. Ik kan zelfstandig naar afspraken, ik kan zelf om een boodschap en ik ben niet meer zo afhankelijk van anderen. Maar… de mogelijkheden zijn wel beperkt. Ik kan mijn scootmobiel niet meenemen op vakantie of een dagje weg. Ik kan niet zomaar een stadje bezoeken of naar zee. Daarvoor heb ik de rolstoel. Nu heeft een rolstoel ook best wat nadelen. Het is niet comfortabel, er moet altijd iemand mee en die persoon moet je ook kunnen (en willen) duwen. Nu is dat prima voor een klein stukje maar ga maar eens een kilometer of wat achter een rolstoel lopen. Dat is best wel zwaar, ook als je verder gezond bent.

Ongeveer een half jaar geleden is er een zaadje in mijn hoofd gepland. Online zag ik een filmpje over de ‘Atto’. Een Atto is een inklapbare scootmobiel. Je kunt ‘m inklappen (het woord zegt het al) en hij kan dus vervoerd worden. Vergeleken met een gewone scootmobiel is hij een stuk minder comfortabel, hij kan maximaal 20 kilometer en je kunt niet harder dan 10 km per uur. Ter vergelijking: een gewone scootmobiel kan ongeveer 40 kilometer en gaat maximaal 16 kilometer per uur. Een fietser kan dit bijhouden, waardoor je ook samen op pad kunt. Bij een Atto kun je ook samen op pad, mits de ander de afstand lopend af wil leggen. Omdat ik via de WMO een grote scootmobiel heb en een Atto toch een flinke uitgave is, besloot ik dat ik niet alles hoefde te hebben wat ik graag wilde. Iets wat je wel leert als je chronisch ziek bent. Maar ik kreeg het niet helemaal uit mijn hoofd.

Toen wij in de zomervakantie naar Friesland waren, had ik een scootmobiel gehuurd. Superleuk en vooral heel handig op het park. Omdat het weer wat onstabiel was en er regelmatig een bui viel, besloten we wel dat het verstandiger zou zijn om er met de auto op uit te gaan in plaats van met de schootmobiel/fiets. De gehuurde rolstoel ging dus mee. Merendeel van de tijd liep ik er zelf achter. Kleine stukjes lopen (tot ca 150-200 meter) gaat redelijk goed en als het dan toch teveel werd, kon ik gaan zitten. Maar in de praktijk bleek dat zitten toch wel een ding. Regelmatig betrapte ik mezelf erop dat ik toch iets langer doorliep dan goed voor me was. Dit werd dan later gevolgd door een toename aan pijnklachten en slechter slapen. Ook kwam de pijn steeds sneller opzetten en kreeg ik zelfs bij het zitten steeds eerder pijn. En dan kom je in zo’n cirkeltje terecht. Uiteraard is dan de gedachte: Misschien moet je wat minder de hort op gaan? Ja, dat zou een optie kunnen zijn. Maar juist het bezoeken van stadjes, het ‘lopen’ langs het water, het komen op onverwachte plaatsen, is iets waar ik enorm van geniet. Mijn wereldje is vrij klein, maar als we dan door zo’n Elfstedenstadje lopen en ik al die leuke huisjes zie, en al die activiteiten op het water, dan komt dat gevoel naar boven wat ik eertijds had als ik wandelde. ‘Geluk!’ galmt er dan door mijn hoofd.

En hier moest ik dus ook aan denken toen de vraag gesteld werd: ‘Is er iets wat het gat wél op zou kunnen vullen?’  Want ja, ik denk wel dat er iets is wat dat gevoel van vrijheid en geluk op zou kunnen vullen.

Twee dagen later zijn de we mijn ‘vrijheid en geluk in kofferformaat’ op gaan halen. Wordt uiteraard vervolgd..

Donderdag 17 augustus 2023

Het roer om

Tijdens de chemo’s en de bestralingen kwam ik veel aan in gewicht: medicatie, minder bewegen, troosteten, het ging op een gegeven moment met een kilo per week (altijd handig, zo’n fitbit die alles bijhoudt). Na de behandelingen vond ik dat ik dit meteen aan moest pakken en bezocht ik een diëtiste. Ik had een duidelijk plan: ik wil afvallen, maar geen gedoe met koolhydraten. Ik moest er niet aan denken dat ik niet meer zou mogen troosteten. Dat is mijn veilige haven sinds mijn 8ste, daar mocht dus niemand aan komen. Ik kreeg wat nuttige adviezen mee. Veel deed ik al prima. Tja, die eetbuien..

Juli 2020 kwam ik in aanraking met Project Gezond. Lekker eten en toch afvallen met lekkere recepten en complete weekmenu’s. Drie jaar later ben ik trouwens nog steeds groot fan van de heerlijke recepten. Het resultaat mocht er zijn: Ik viel 12 kilo af. Tot ik corona kreeg. Met de kennis van nu weet ik dat het coronavirus ook iets doet met het metabolisme maar de kilo’s vlogen er terug aan. Met een beetje extra.

Wederom maakte ik een afspraak met een diëtiste. Hoe krijg ik het onder controle? ‘Misschien toch eens koolhydraatarm proberen?’ Ik joeg het meteen weg. Nee, dat is echt niks voor mij. Ik wil gewoon normaal kunnen eten. Ze wist het niet zo goed. ‘Misschien is het ook gewoon nog te vroeg? Je hebt ook zoveel voor je kiezen gehad.’ Dit was een prima antwoord. Hier kon ik wat mee. Ze had ook wel gelijk. Het was veel geweest.

Toen ik in maart 2022 uit de bus viel en vervolgens maanden haast niks meer kon, tikten er zo nog 5 kilo extra bij. Alsof het niks was. Enkele nieuwe pogingen om gezond te eten strandden. Wat me wel lukte, was mijn troosteten onder controle krijgen. Het afgelopen half jaar ben ik stabieler en evenwichtiger geworden. Ik heb een betere balans gevonden. Helaas deed dit verder niks met mijn lijf. Twee weken geleden dan het gesprek met de huisarts over mijn te hoge glucosewaarden en of ik eens na wilde denken over een maagoperatie.

Vorige week bleek mijn glucose weer te hoog en werd de diagnose Diabetes type 2 gesteld. En ook maar meteen de diagnose Hypertensie erbij, want mijn bloeddruk was ook te hoog. Tja, dan moet je eigenlijk toch wel wat..

Afgelopen maandag had ik de verlengde intake bij de Vermoeidheidskliniek. Ik ga het multidisciplinaire traject volgen. In overleg besloten we om pas na de zomervakantie te starten, zodat ik fris en fruitig aan het project zou kunnen beginnen. Een dag later had ik de planning binnen, ik krijg ook begeleiding van een diëtiste maar dat staat pas gepland voor oktober. Dus tot die tijd moet ik het zelf uitzoeken. Ik had zelf op de Diabetessite al iets gevonden over het effect van minder koolhydraten eten op de bloedsuiker. De ergotherapeut vond het wel een goed plan om me eens te verdiepen in koolhydraat beperkt eten. Daar had ik nu alle tijd voor.

Ik ben er ingedoken. Heb websites bezocht, boeken besteld, nieuwsbrieven aangevraagd en vragen gesteld. Met als gevolg dat ik natuurlijk weer veel te fanatiek vet over mijn grenzen ging en nachten amper sliep. Op de één of andere manier is dat toch iets wat in mij zit en waar ik niet altijd grip op heb. Ook wel weer leuk om te merken dat het enthousiasme en de drive er nog steeds zijn, alleen zo jammer dat ik daarna weer op de blaren moet zitten. Vanmorgen, na een nachtje iets meer slaap ( 5 uur maar liefst), voelde ik de vermoeidheid neerdalen. Tijd om van me af te schrijven en daarna toch weer wat meer rust te pakken.

Gelukkig heeft het ook iets opgeleverd. Na veel wikken en wegen en een weekje uitproberen en bijhouden, ben ik begonnen met Koolhydraatbeperkt eten (75 – 100 gram Khd). Niet te streng, op mijn manier met veel ruimte voor eigen inbreng, maar ook met duidelijke richtlijnen. De eerste week is prima bevallen: geen honger, lekker eten, geen verlangen naar vet, zout en zoet én vanmorgen 2,8 kilo minder op de weegschaal. Gewicht is een bijzaak (alhoewel, met een BMI van 46, 7: Morbide Obesitas, eigenlijk ook wel een hoofdzaak) maar het gaat erom dat ik mijn bloedsuiker en hoge bloeddruk onder controle krijg en hou. En dat ik dan ook nog afval, dat is dan toch mooi meegenomen.