Schrijven dan maar?

Het ‘onbestendige’ gevoel is er weer. Na een afwezigheid van, pak ‘m beet, een week of 6. Wanneer de vakantie weer voorbij is, alles teruggeveerd naar normaal. Iedereen zijn plaatsje weer ingenomen heeft: Manlief op kantoor, zoonlief terug op school. Het leven weer zijn normale gangetje gaat, lukt het mij niet goed mijn draai te vinden. Ik worstel met mezelf. Ik kan mijn plekje niet vinden. Heb ik uberhaupt een plekje? Het haakwerkje dat nu op de bank ligt, kan me niet echt boeien. Onlangs heb ik een aankleedpopje gemaakt. Ze heet Carolientje, een grappig popje met lila haar. Ik vond het oorspronkelijke muisbruine haar te saai. Dus nu heeft ze lila haar, en lijkt onbedoeld een beetje op mij. Bij Carolientje hoort Kareltje, maar Kareltje doet me weinig. Ook zijn Formule 1 pak, waarvan ik het patroontje heb gekocht, laat me koud. Maar de motivatie om iets anders te pakken om te haken, die mis ik. Ik zit teveel in mijn hoofd om geconcentreerd bezig te kunnen zijn.

Wat me in mijn hoofd bezig houdt zijn best grote dingen. Dit jaar had ik voor het eerst sinds ik afgekeurd ben, dat ik er naar verlangde om weer naar school te kunnen gaan. Zo erg dat ik er zelfs over droomde. Maar tussen dromen en realiteit zit een heel groot gat. Die weg is afgesloten en dat is niet voor niks. Ik kan mijn hoofd soms breken over de vraag of ik toch niet iets zou moeten doen. Op goede dagen zie ik mezelf in allerlei functies, maar op de mindere dagen (die ik nu de zomer op zijn einde loopt helaas toch weer ga krijgen), kost het vaak al genoeg moeite om goed voor mezelf te kunnen zorgen. Heb ik daar een dagtaak aan.

Gisteren was het vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg. Dat deed me ook wel wat. Al vier jaar geleden dat mijn leven verdeeld werd in een leven vóór kanker en een leven ná kanker, Vier jaar geleden dat de grond onder mijn voeten verdween. Inmiddels is die grond wel weer een soort van terug, maar ik heb niet het gevoel dat ik er stevig op sta.

Even twijfelde ik om er over te schrijven. Maar wat dan en hoe dan? En wat wilde ik daar dan mee? Die, toch wel belangrijke dag, is dus ongemerkt voorbij gegaan. Behalve voor mij. Had ik misschien iemand moeten appen? Had ik er wel over moeten praten? Maar hoe begin je zo’n gesprek dan? ‘Hoi, het is vandaag vier jaar geleden dat ik de diagnose kanker kreeg en ik voel me daarom niet zo fijn. Wil je er met mij over praten?’ Maar naar wie stuur je dan zo’n bericht? Daar zit toch ook niemand op te wachten? Het is immers AL vier jaar geleden, hoor ik ze denken. Binnenkort mag ik weer op de, inmiddels halfjaarlijkse controle. En ja, ook dat houdt me bezig. Want het is nu vier jaar geleden, de kans dat het terugkomt wordt steeds kleiner. En ondanks dat ik denk dat deze controle precies zo gaat verlopen als de vorige keren, het houdt me toch wel bezig. Want er bestaat altijd een kans dat het ineens anders is. Garantie tot de deur.

Praten over wat ik moeilijk vind, wat heb ik daar soms behoefte aan. En wat blijf ik het toch moeilijk vinden om zelf die ingang te zoeken.

Zolang het goed gaat, ik leuke dingen te melden heb, lukt het allemaal wel. Er zijn genoeg mensen die met me mee willen juichen. Maar als het wat minder gaat, ik mijn hoofd breek over al die lastige gevoelens die ik eigenlijk liever niet wil voelen, ze niet goed meer weg kan drukken, maar toch met mijn hoofd probeer te rationaliseren, dan weet ik niet zo goed waar ik naartoe moet. Of ik er wel over moet praten. Of schrijven.

Als ik erover probeer te praten, is de kans vrij groot dat mensen het weg willen wuiven. Met de allerbeste bedoelingen. Maar voor mij voelt dat dan al snel als afwijzing. Alsof ik me niet zo mág voelen. Alsof ik iets verkeerd doe. En die angst voor afwijzing is voor mij best een dingetje. Iets wat zoveel pijn bloot legt, dat ik dat ook liever uit de weg ga.

Schrijven dan maar?

Gepubliceerd door BiancaV1973

In augustus 2019 werd mijn leven overhoop gegooid door de diagnose baarmoederkanker met uitzaaiingen in mijn eierstokken. Na zware behandelingen probeerde ik mijn leven terug op te pakken. Tot ik oktober 2020 corona kreeg en vervolgens het Post Covid Syndroom opliep. Daarna werd alles anders.

Eén opmerking over 'Schrijven dan maar?'

Plaats een reactie